Algemene beschrijving :

We hebben hier te maken met een zeer oud sier­duivenras dat reeds in de 16e eeuw in Zuid-Duitsland voorkwam. Spreeuwduiven zijn buiten­ge­wone productie kleurduiven, die over een uitstekend oriënteringsvermogen beschikken, snel vliegen, goed fokken en bij vrije uit­vlucht graag zelf hun voedsel op de graanvelden opzoe­ken. Vooral in Zuid-Duitsland is het ras nog zeer verspreid en rondom menige boer­derij vliegen ze nog bij tientallen rond, terwijl in Thüringen de blauwe vogels meer geliefd zijn. Spreeuwduiven lijken veel op veld­duiven, zijn iets slanker van bouw, maar zeer krachtig en vol levenslust. Het ras komt hoofd­za­kelijk voor in zwart en helder­blauw, terwijl ook rode en gele exemplaren zijn erkend, maar zeer zeldzaam zijn…


Spreeuwduif roodwitgeband 

De Spreeuwduiven komen voor in twee hoofdkleurslagen te weten zwart en blauw. Rood en geel zijn er nog wel maar komen bijna niet meer voor. De tekeningvariëteiten zijn geband, witplaten, witstaarten, gemon­nikte, gemarmerd, zilver en geschubd. De halve maanvor­mige is een bijzonder ras­kenmerk de tekening van zilverwitte veren op de borst,de maan­tekening is niet geheel spierwit, maar lijkt op de kleur van een spreeuw, waaraan het ras zijn naam heeft te danken. De tekening ontstaat door de witte uiteinden der blauwgrijze borstveren die enigszins door het wit moeten schijnen en dan de eigenaardige kleur doet ontstaan. 


Speeuwduif, blauwwitgeband 

Speeuwduif, blauwwitgeband 

Speeuwduif, geelwitgeband 

Tussen de witte banden en de maanvlek op de borst bestaat weer een onderling ver­band, zoals dit ook bij Maanduiven het geval is. Hoe witter en breder de maanvlek, des te breder en witter is de maan. Worden de banden te breed, dan heeft de maan ook te veel wit. Het fokken van goede Spreeuw­duiven is dus in de eerste plaats het zoeken naar de midden­weg. De zwarte kleur is diepglanzend met veel kevergroene weerschijn, terwijl het blauwe helder van kleur is met veel metaalschittering, de binnenvanen donkerblauw, de witte banden zijn voorzien van een smal zwart randje. 


Spreeuwduif, blauwwitgeschubd 

Jonge vogels, die met een witte maan worden geboren, hebben nooit te kampen met bruine banden of een roestkleurige maan echter word deze maan vaak te groot en te wit , de veren, die de borstvlek vormen zijn zo goed als geheel zwart, terwijl slechts de uitein­den wit zijn, die weer aan de punt een klein zwart zoompje aanwijzen. Een goede borstvlek en goede banden zijn gemakkelijker te fokken dan een goede, diep groenglan­zend lichaamskleur, want bij een grauw- zwarte, zelfs glansloze lichaamskleur zijn maan en banden vaak prima van kleur! Een borstvlek met veel roestkleur wordt na iedere rui vaak witter, maar ook het omgekeerde komt voor, waarbij het wit steeds minder wordt en tenslotte, na de vierde rui totaal is verdwenen!


Spreeuwduif, gemarmerde witstaart

Blijft de maanvlek na iedere rui behoorlijk op kleur, dan treden maar al te vaak witte veren op aan de kop, achter de ogen, de hals, het achterlichaam, het onderstaart­dek, zodat kan worden aangenomen, dat Spreeuwduiven na de eerste rui op hun fraaist zijn. Evenzeer geldt dit voor de ban­den, nooit worden twee vogels met dezelfde bandbreedte gepaard, maar steeds worden de fouten en de onvolmaaktheden van de ene vogel met de overvloedige kleur of tekening van de andere vogel opge­heven. Gekapt kan aan ongekapt worden gepaard, terwijl blauw x zwart mogelijk, maar niet voordelig is.


Spreeuwduif, zwart gemarmerd